Guimarães geldt als de bakermat van Portugal: hier werd in de twaalfde eeuw de eerste koning van het land geboren, en de stad droeg lange tijd de titel van eerste hoofdstad. In diezelfde streek, in de Vinho Verde-regio, ligt Quinta São Gião.
Het bedrijf is al sinds 1972 in handen van de familie Almeida Freitas, die de wijn produceert en bottelt van eigen wijngaarden: tweeendertig hectare, met acht hectare nieuwe aanplant erbij.
Drie generaties
Oprichter Comendador Joaquim Almeida Freitas legde de basis: jaar na jaar nieuwe wijngaarden aanplanten, gedreven door enthousiasme voor het vak. In de jaren negentig nam zijn zoon Pedro Almeida het stokje over en moderniseerde het bedrijf, met nieuwe technologie en advies van gespecialiseerde technici in zowel de wijngaard als de kelder.
De derde stap kwam met een recente herpositionering van het merk. De etiketten kregen een sterke band met kunst, geïnspireerd door het werk van de Portugese schilder Jorge Pinheiro, met aandacht voor eenvoud en elegantie in hoe de bodem en de wijngaard worden verbeeld. Er wordt inmiddels ook gebouwd aan een nieuwe wijnmakerij met bezoekerscentrum.
Van blend tot druiventreden
Bij Quinta São Gião draait het om de typische druiven van de streek. De witte wijn is een blend van Loureiro, Arinto en Trajadura, elk met een eigen rol: bloemig, zuurrijk en zacht. Daarnaast staat er Alvarinho, apart gebotteld of gecombineerd met Trajadura.
Voor de rode Vinhão houdt het bedrijf vast aan een oude traditie: de druiven worden getreden in een stenen lagar, een traditionele Portugese trapkuip. Dat geeft een fruitige, structuurrijke wijn met tonen van wild fruit. Espadeiro, een andere lokale rode druif, wordt vooral gebruikt voor rosé.