Akrille begon niet in een wijngaard, maar op een avond in New York. Daar spraken Salvatore Cutrera en chef-kok en restaurateur Joe Bastianich af om samen iets nieuws te beginnen: een wijnhuis met wortels in Sicilië, gebouwd op wat de Cutrera-familie al generaties in huis had.
De naam Akrille verwijst naar Akrai, een Griekse kolonie die hier zo'n drieduizend jaar geleden werd gesticht, niet ver van het huidige Chiaramonte Gulfi. Twee families die geografisch ver uit elkaar liggen, maar allebei gedreven worden door dezelfde passie: het Italiaanse land laten spreken door wijn en oliïf.
Op de plek van de oude druivenpers
De wijnmakerij van Akrille staat precies op de plek waar vroeger de druivenpers van de Cutrera-familie stond, in het hart van de Cerasuolo di Vittoria DOCG. Dat is de enige Siciliaanse DOCG, de hoogste kwaliteitsclassificatie die de Italiaanse wet kent, en een erkenning van hoe specifiek dit stukje Sicilië is.
De Cutrera-familie bezat al lang een oude, historische wijngaard met een mix aan stokken. Daaruit kwamen twee druiven naar voren die de basis van Akrille vormen: een gloednieuwe witte aanplant en een oude kloon van Nero d'Avola, de belangrijkste rode druif van het eiland.
Alleen inheemse druiven
Akrille werkt uitsluitend met druiven die van oorsprong Siciliaans zijn, en zoekt daarbij bewust naar de oudste klonen die nog te vinden zijn. Naast Nero d'Avola staan er Frappato, een lichte, bloemige rode druif, en Grillo, een frisse witte druif met citrus. De twee samen, Nero d'Avola en Frappato, vormen ook de Cerasuolo di Vittoria: een blend die kersrood van kleur is en zowel kracht als souplesse heeft.
Het grote verschil tussen dag en nacht in deze streek geeft de wijnen hun karakteristieke fris, ook al ligt het gebied midden in het warme zuiden van Italië. Bastianich en Cutrera zeggen het zelf zo: met hun wijnen brengen ze de geschiedenis van Akrille weer tot leven.