Alto Adige ligt zo ver noordelijk dat de meeste inwoners Duits als eerste taal spreken en de plaatsnamen er dubbel op staan: Bolzano is ook Bozen, Merano is ook Meran. Het is Italië, maar dan met een Alpenkarakter dat verder in het land ontbreekt.
De wijngaarden liggen op terrassen tegen de berghellingen, soms tot ver boven de 700 meter. Die hoogte, gecombineerd met veel zon overdag en snelle afkoeling 's nachts, geeft een groot temperatuurverschil tussen dag en nacht. Voor witte druiven is dat ideaal: het behoudt het zuur en drijft de aroma's op.
Schiava, de lokale rode druif
Waar de rest van Italië naar donkere, stevige rode wijn neigt, is Schiava juist licht: bleek van kleur, zacht van tannine, met een aroma dat aan rood fruit en amandel doet denken. Buiten deze streek en het aangrenzende Trentino kom je hem nauwelijks tegen. Vroeger was hij de meest geplante druif van de regio; inmiddels hebben de aromatische witte druiven die plek overgenomen.
Een druif die naar zijn geboortedorp is vernoemd
Gewurztraminer dankt zijn naam aan het dorpje Tramin, hier in Alto Adige, waar de druif vermoedelijk vandaan komt. Hij geeft een van de meest herkenbare witte wijnen die er zijn: intens aromatisch, met lychee, rozenblaadjes en een vleugje kruidigheid, en meestal met wat meer lichaam dan andere witte wijnen.
Pinot Bianco is de stillere metgezel: minder uitgesproken van geur, maar met een precisie en spanning die in deze bergen goed tot zijn recht komt.
Wat wij in Alto Adige zoeken
De streek staat bekend om precisie, en dat kan doorslaan naar steriel. Wij zoeken wijnen die die helderheid combineren met een eigen karakter, van makers die de berg laten meespreken in plaats van alles glad te polijsten.