Châteauneuf-du-Pape dankt zijn naam aan de pausen die in de veertiende eeuw vanuit Avignon regeerden en hier een zomerkasteel bouwden, waarvan de ruïne nog altijd boven het dorp uittorent.
De eerste beschermde herkomstbenaming
In de jaren twintig van de vorige eeuw stelde een lokale wijnbouwer, gefrustreerd door fraude met de naam van zijn dorp, strikte regels op voor wie de naam Châteauneuf-du-Pape mocht gebruiken: welke druiven, welk gebied, welke minimale kwaliteit. Dat systeem werd het voorbeeld voor de Franse Appellation d'Origine Contrôlée, die in 1936 landelijk werd ingevoerd en tot op de dag van vandaag de basis vormt van hoe Frankrijk zijn wijnstreken beschermt.
Achttien druiven, één hoofdrolspeler
Weinig andere appellaties staan zoveel druivensoorten toe als Châteauneuf-du-Pape: achttien in totaal, rood en wit door elkaar. In de praktijk draait vrijwel alles om Grenache, die het grootste deel van de blend uitmaakt en de wijn zijn kenmerkende warmte en rond, gekruid fruit geeft. Syrah en Mourvèdre worden het meest gebruikt als aanvulling, voor kleur, kruidigheid en structuur. De overige vijftien druiven, waaronder een klein aandeel witte, spelen meestal een bijrol in kleine hoeveelheden.
Stenen die warmte vasthouden
Het meest herkenbare beeld van de streek zijn de galets roulés: grote, gladde rivierkeien die de wijngaardgrond bedekken als een tapijt. Ze zijn hier duizenden jaren geleden door een rivier afgezet en nemen overdag de zonnewarmte op, om die 's nachts weer langzaam aan de laaggesnoeide stokken af te geven. Dat verlengt de warme periode van de dag en helpt de druiven optimaal te rijpen.