De naam Cascina delle Monache, letterlijk boerderij van de nonnen, verwijst naar een geschiedenis die veel verder teruggaat dan de wijngaard zelf. Al in de elfde eeuw richtten Genuese kloostergemeenschappen langs de oude handelswegen tussen de Povlakte en de Ligurische kust pleisterplaatsen in voor reizende geestelijken en kooplieden. De boerderij, die al op kaarten van begin twintigste eeuw stond als een van de eerste in de gemeente Gavi, was zo'n rustpunt.
Gilli en Carlin
De basis van het huidige bedrijf werd gelegd door Rosangela, in de familie Gilli genoemd, en Carlo, bekend als Carlin. Geboren voor de Tweede Wereldoorlog, waren zij het soort boeren dat alles tegelijk deed: ze verbouwden graan, hielden een moestuin, fokten vee en verbouwden druiven, naast hun werk als pachtboer. Pas in 1978 kocht Carlin grond om de eerste eigen wijngaard van de familie aan te leggen.
Eén druif, met volle overtuiging
Waar de vorige generaties van alles tegelijk deden, koos kleinzoon Tiziano voor focus. Op de vier hectare van het bedrijf staat vrijwel uitsluitend Cortese, de druif waar Gavi zijn naam aan dankt: een frisse, zuurrijke witte druif die op de kalk- en zandbodems van de streek, hier terre blanche genoemd, een sappige, mineralige wijn geeft. Diezelfde bodemlaag, ontstaan uit dezelfde geologische periode als de Langhe verderop, verklaart waarom Gavi soms de Chablis van Piemonte wordt genoemd.
In 2018 bracht het bedrijf zijn eerste wijn van één enkel perceel uit: Sorì della Monaca, van dertig jaar oude Cortese-stokken op een zongerichte helling in het hart van de Gavi-appellatie. Naast de Gavi maakt het bedrijf ook een lichte, drinkbare Dolcetto.
Delen als uitgangspunt
Tiziano noemt delen de kern van zijn aanpak: een glas wijn inschenken is voor hem de simpelste manier om een netwerk en een gemeenschap op te bouwen. Die nuchtere, gastvrije toon past bij een bedrijf dat al eeuwenlang, sinds de tijd van de kloosterlingen, mensen langs dezelfde weg heeft laten rusten en drinken.