Marken ligt aan de andere kant van de Apennijnen dan Toscane, met uitzicht op de Adriatische Zee in plaats van de Tyrreense. Wie de streek kent, kent hem meestal van Verdicchio, de droge witte wijn die er al decennia de hoofdmoot vormt.
Wij zijn daar bewust niet aan begonnen. In de schaduw van die bekende naam werken een paar kleine makers met andere, minder gebruikte druiven, en juist daar zit voor ons het interessante deel van de streek.
Pecorino, geen kaas maar een druif
Pecorino was tot diep in de twintigste eeuw bijna verdwenen en is pas de laatste decennia teruggevonden en opnieuw geplant. De naam zou komen van de schapen (pecore) die vroeger langs de wijngaarden trokken en onderweg de rijpe druiven opaten. Hij geeft een volle, aromatische witte wijn met meer lichaam dan je van een Italiaanse witte wijn zou verwachten, en genoeg zuur om dat lichaam in balans te houden.
Passerina is zijn lichtere tegenhanger: fris, bloemig, met een naam die eveneens naar vogels verwijst, ditmaal naar de mussen (passeri) die dol waren op de zoete druiven.
Wat wij in Marken zoeken
Marken heeft geen sterke internationale reputatie om aan vast te houden, en dat merk je aan de makers die we er vinden. Weinig dogma, veel experiment, en een bereidheid om druiven serieus te nemen die elders als bijzaak gelden.