Barolo is dezelfde druif als de rest van Piemonte, Nebbiolo, maar dan uit een klein, precies afgebakend gebied: een paar honderd hectare verdeeld over elf dorpen ten zuiden van Alba.
Wat Barolo onderscheidt van gewone Nebbiolo uit de rest van Piemonte is de wet: minstens 38 maanden rijping voordat de wijn verkocht mag worden, waarvan 18 maanden verplicht in hout. Dat geeft de beruchte tannine van jonge Barolo de tijd om iets te verzachten, al blijft de wijn ook dan nog goed voor jaren, soms decennia, verdere rijping op de fles.
Vijf dorpen, vijf gezichten
La Morra en het dorp Barolo zelf liggen op zachtere, kalkrijkere grond. Dat geeft wijnen die relatief vroeg toegankelijk zijn, geurig en elegant, met minder ruwe tannine.
Serralunga d'Alba en Monforte d'Alba liggen aan de andere kant van de vallei, op zanderigere en stevigere grond. Daar duurt de rijping langer en is de tannine steviger: wijnen die meer tijd nodig hebben, maar ook meer diepte kunnen opbouwen. Castiglione Falletto ligt er qua bodem en stijl ongeveer tussenin.
De naam op het etiket
Lange tijd verkochten de meeste huizen één Barolo, samengesteld uit druiven van verschillende dorpen en wijngaarden. Sinds enkele jaren mogen de beste, officieel erkende wijngaarden hun eigen naam op het etiket zetten, vergelijkbaar met een cru in Bourgondië. Steeds meer makers doen dat, waardoor je nu Barolo van één specifieke heuvel kunt kopen in plaats van een menging van meerdere.
Wat wij in Barolo zoeken
De naam Barolo alleen zegt weinig als je niet weet uit welk dorp en van welke bodem de wijn komt. Wij kijken daarom eerst naar de plek en pas daarna naar de naam op het etiket, en zoeken makers die dat onderscheid zelf ook serieus nemen.