Barossa Valley ligt zo'n een uur ten noorden van Adelaide en is het bekendste wijngebied van Australië, met een reputatie die vrijwel volledig op één druif rust: Shiraz.
Stokken die de ramp misten
Eind negentiende eeuw verwoestte de wijnluis phylloxera vrijwel alle wijngaarden van Europa. Die plaag bereikte Barossa Valley nooit, mede dankzij de afgelegen ligging en de zandige bodem waar het insect zich lastig in kan verspreiden. Daardoor staan hier nog wijnstokken op hun eigen, oorspronkelijke wortels die meer dan honderd jaar oud zijn, sommige zelfs richting de honderdvijftig, wat elders ter wereld nauwelijks meer voorkomt.
Zulke oude stokken geven van nature weinig druiven, maar wat ze opleveren is geconcentreerd en diep van smaak. Dat verklaart voor een deel waarom Barossa Shiraz bekendstaat om zijn rijke, volle stijl: donker fruit, chocolade en specerijen, met een stevig alcoholpercentage.
Warmte als handelsmerk
Het klimaat is warm en droog, met weinig neerslag in het groeiseizoen. Dat geeft de druiven volop kans om vol te rijpen, wat resulteert in wijnen met veel body en een hoger alcoholpercentage dan in koelere streken gebruikelijk is. Naast Shiraz doen ook Grenache en Mourvèdre het er goed, vaak samen gebotteld in een blend die voortbouwt op de Rhônetraditie waar de eerste kolonisten hun aanplantmateriaal ooit vandaan haalden.